Kennis
Is jouw routine elke acht tot twaalf weken een spuit wormpasta voor elk paard op stal, dan volg je het leerboek van twintig jaar geleden. Elke actuele richtlijn, de Britse, de Amerikaanse, de Nederlandse en de Australische, zegt inmiddels het tegenovergestelde.
De oude logica was simpel: wormen zijn slecht, wormmiddelen doden wormen, dus ontworm alles volgens de kalender. Het probleem is dat wormen evolueren. Elke onnodige kuur selecteert de wormen die het middel niet doodt, en er bestaan maar vier middelenklassen voor paarden, zonder dat er iets nieuws aankomt.
De uitslag is binnen. In Nederland is op 80 tot 90 procent van de bedrijven resistentie tegen benzimidazolen. Ivermectine onderdrukte de ei-uitscheiding vroeger acht tot tien weken; recente studies meten vier tot vijf. Moxidectine zakte van twaalf tot zestien weken naar hetzelfde. De Nederlandse Leidraad zegt het letterlijk: het vaste-intervalschema is achterhaald.
Eerst testen, weinigen behandelen. Een mestonderzoek, twee tot drie keer per weideseizoen, laat zien welke paarden werkelijk eieren uitscheiden. Slechts ongeveer een derde van de volwassen paarden scheidt genoeg uit om behandelen te rechtvaardigen, met 200 eieren per gram als gangbare grens. De rest blijft bewust onbehandeld: hun onbehandelde wormen verdunnen de resistente, en dat is wat de middelen werkzaam houdt voor de stal als geheel. Daarom is "iedereen op dezelfde dag ontwormen" geen hygiëne maar schade.
Een ei-telling van nul betekent geen schoon paard. Ingekapselde larven van de kleine strongyliden zitten in de darmwand en produceren geen enkel ei, en hun massale uitbraak is een werkelijk gevaarlijke ziekte. De lintworm scheidt zijn eieren te onregelmatig uit om te tellen en heeft daarom een eigen speekseltest. Daarom is de moderne routine testen plus een afgewogen najaarsbesluit, per paard en met je dierenarts, geen kalender en geen gok. Jonge paarden van één tot drie jaar, en oudere paarden met verhoogd risico, zijn de gevallen waar een standaard najaarskuur tegen ingekapselde larven zijn plek nog verdient.
Alles hierboven geldt voor volwassen paarden. Bij veulens werkt eerst-testen niet: spoelwormlarven richten schade aan voordat er ook maar één ei in de mest verschijnt. Veulens krijgen geplande behandelingen op vaste leeftijden, al het jongvee geldt als hoog risico, en meerdere middelen hebben leeftijdsrestricties. De fokkerij is de ene plek waar de kalender overleeft.
De moderne aanpak draait op geheugen: welk paard scheidde wat uit in het voorjaar, wat is er gegeven en waarom, wat liet de resistentietest vorig jaar zien. De Britse CANTER-richtlijn wijdt een compleet hoofdstuk aan registratie en vraagt om datum, middel en werkzame stof, testuitslagen en de onderbouwing van elke behandeling. In Nederland zijn wormmiddelen receptplichtig, dus de administratie van de dierenarts bestaat, maar die van jou is wat alles verbindt.
Praktisch gezegd: de stal die niets opschrijft kán niet gericht ontwormen. Er valt nergens op te richten.